Onze energie
Ons lichaam heeft 24 uur per dag energie nodig. De macronutriënten in onze voeding voorzien hierin en dienen als brandstof. Bij de verbranding van deze voedingsstoffen komt energie vrij, die we uitdrukken in calorieën.
Het lichaam gebruikt doorgaans eerst koolhydraten als brandstof, daarna vetten en ten slotte eiwitten. De gemiddelde dagelijkse energiebehoefte ligt rond de 2.500 kcal voor mannen en 2.000 kcal voor vrouwen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op deze onderwerpen. Hieronder vindt u eerst een overzicht van het gemiddelde energieverbruik in Nederland, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd.
Calorieën
Een calorie is een maat voor de energie die je uit voeding haalt. Oorspronkelijk geeft deze eenheid aan hoeveel warmte nodig is om 1 gram zuiver water 1 graad Celsius te verwarmen. Energie wordt meestal uitgedrukt in kilocalorieën (kcal): 1 kcal is gelijk aan 1.000 calorieën (cal).
Een andere eenheid voor energie is de joule, meestal weergegeven als kilojoule (kJ). Eén calorie komt overeen met ongeveer 4,2 joule. In de praktijk geldt daarom: 1 kcal = 4,2 kJ.
De energetische waarde laat zien hoeveel energie een product levert. Deze wordt vermeld in kcal of kJ. Elke calorie draagt bij aan je totale energie-inname, ongeacht of deze afkomstig is uit koolhydraten, vetten of eiwitten.
Lichaamsvet
Een halve kilo lichaamsvet staat gelijk aan ongeveer 3.500 kcal. Om een halve kilo vet te verliezen, heb je daarom in totaal een calorietekort van circa 3.500 kcal nodig. Wil je ongeveer een halve kilo per week afvallen? Richt je dan op een gemiddeld dagelijks tekort van 500 kcal: 3.500 kcal verdeeld over 7 dagen.
Let er tijdens het afvallen wel op dat je voldoende koolhydraten, eiwitten, vetten, vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Een veelgebruikte verdeling van macronutriënten bestaat uit 40–70% koolhydraten, 10–30% eiwitten en 20–40% vetten. Bij gewichtsverlies wordt vaak gekozen voor ongeveer 40% koolhydraten, 30% vetten en 30% eiwitten.
Kies daarbij zoveel mogelijk voor gezonde, volwaardige koolhydraten en onverzadigde vetten. Combineer deze met eiwitrijke, voedzame producten voor een sterke basis voor verantwoord en duurzaam gewichtsverlies.
ADH
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid eiwit is 0,85 gram per kilogram lichaamsgewicht. Voor iemand van 80 kilo komt dit neer op ongeveer 68 gram eiwit per dag.
Voor koolhydraten geldt een richtlijn van 3 tot 5 gram per kilogram lichaamsgewicht. Bij een gewicht van 80 kilo betekent dit 240 tot 400 gram koolhydraten per dag. Kies daarbij bij voorkeur vaker voor langzame dan voor snelle koolhydraten.
Voor vetten kun je rekenen met ongeveer 1 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Als je 80 kilo weegt, komt dit neer op circa 80 gram vet per dag. Zorg hierbij voor een goede balans tussen verzadigde en onverzadigde vetten.
Berekeningen
Eiwitten en koolhydraten leveren beide 4 kcal (17 kJ) per gram. Vetten leveren 9 kcal (38 kJ) per gram en alcohol 7 kcal (29 kJ) per gram.
Met deze uitgangspunten kun je zelf een verdeling maken van koolhydraten, eiwitten en vetten die samen 100% bedraagt. Wil je afvallen? Kies dan bij voorkeur voor minder verzadigd vet en eenvoudige koolhydraten, en voor meer complexe koolhydraten. Eiwitten blijven daarbij belangrijk, omdat ze helpen om spierafbraak tijdens het afvallen te beperken. Aan de hand van gemiddelde percentages kun je vervolgens eenvoudig berekenen hoeveel gram je van elke voedingsstof nodig hebt.
Stel: een vrouw heeft dagelijks 2.000 kcal nodig. Om af te vallen, besluit ze 500 kcal minder te eten. Haar dagelijkse energie-inname komt daarmee uit op 1.500 kcal. Ze wil 50% van haar calorieën uit koolhydraten halen. Hoeveel gram koolhydraten is dat per dag?
50% van 1.500 kcal = 750 kcal uit koolhydraten.
1 gram koolhydraten = 4 kcal.
750 / 4 = 187,5 gram koolhydraten per dag.
Vervolgens kiest ze ervoor om 20% van haar dagelijkse calorie-inname uit eiwitten te halen. Hoeveel gram eiwitten is dat per dag?
20% van 1.500 kcal = 300 kcal uit eiwitten.
1 gram eiwit = 4 kcal.
300 / 4 = 75 gram eiwitten per dag.
De resterende 30% van haar dagelijkse calorie-inname bestaat uit vetten. Hoeveel gram vetten is dat per dag?
30% van 1.500 kcal = 450 kcal uit vetten.
1 gram vet = 9 kcal.
450 / 9 = 50 gram vetten per dag.
In dit voorbeeld gebruikt ze een verdeling van 50% koolhydraten, 20% eiwitten en 30% vetten. De ideale verdeling verschilt echter per persoon. Iemand die veel sport, een zittend beroep heeft, wil afvallen of juist zwaar lichamelijk werk verricht, kan andere behoeften hebben. Pas de percentages daarom aan op je persoonlijke situatie. Voor het gemak worden vaak gemiddelde verhoudingen gebruikt voor verschillende leefstijlen en doelen. Hieronder vind je enkele voorbeelden.
De energiebehoefte
Je energiebehoefte geeft aan hoeveel calorieën je dagelijks nodig hebt om op gewicht te blijven. Krijg je ongeveer evenveel energie binnen als je verbruikt, dan blijft je lichaamsgewicht stabiel. Hoewel je energiebehoefte persoonlijk is en berekend kan worden, wordt vaak uitgegaan van gemiddelden. Gemiddeld heeft een man circa 2.500 kcal per dag nodig en een vrouw circa 2.000 kcal.
Je totale energiebehoefte bestaat uit drie onderdelen: het basaal metabolisme (BMR), thermogenese en lichamelijke activiteit. Je basaal metabolisme is de energie die je lichaam in rust verbruikt om essentiële processen te laten doorgaan. Denk bijvoorbeeld aan je hartslag, hersenfunctie, celvernieuwing en het behoud van spiermassa.
Je BMR, oftewel Basic Metabolic Rate, kun je berekenen op basis van je geslacht, gewicht, lengte en leeftijd. Hiervoor kun je onder meer online rekentools gebruiken, bijvoorbeeld op berekenen.nl of rubriek.nl. Samen vormen je BMR en thermogenese je ruststofwisseling.
Thermogenese wordt ook wel het thermisch effect van voeding genoemd. Het is de energie die je lichaam nodig heeft om voedsel te verteren, op te nemen, om te zetten, te transporteren en op te slaan. Dit wordt meestal uitgedrukt als een percentage van je basale stofwisseling en bedraagt gemiddeld 10% tot 15%.
Lichamelijke activiteit omvat onder andere sporten, wandelen, huishoudelijke taken en werk. Hieronder berekenen we stap voor stap jouw energiebehoefte.
"Energiebehoefte = basaal metabolisme (65%–70%) + thermogenese (10%) + lichamelijke activiteit (20%–25%)"
Activiteiten en sport
Het is mogelijk om nauwkeurig bij te houden hoeveel calorieën je dagelijks verbruikt met bewegen, dagelijkse activiteiten en sport. In de praktijk kost dat echter vaak veel tijd. Daarom is het handiger om uit te gaan van realistische gemiddelden. De intensiteit van je dagelijkse activiteiten wordt weergegeven met een PAL-waarde (Physical Activity Level). Je berekent je totale energieverbruik als volgt: energieverbruik = PAL-waarde × ruststofwisseling.
PAL-waarden als vermenigvuldiger:
- De hele dag zitten en/of liggen = 1,2
- Zittend werk zonder onderbrekingen en vrijwel geen beweging in de vrije tijd = 1,4-1,5
- Zittend werk, afgewisseld met lopen, en vrijwel geen beweging in de vrije tijd = 1,6-1,7
- Staand werk en lichamelijke activiteit in de vrije tijd = 1,8-1,9
- Veel lichamelijke inspanning tijdens werk en in de vrije tijd = 2,0-2,4
- Extreme fysieke belasting (hoogst gemeten PAL-waarde) = >4,0
Voorbeeld:
Els is 40 jaar, heeft zittend werk, beweegt weinig en heeft een basale energiebehoefte van 1.500 kcal. Wat is haar dagelijkse energieverbruik?
Antwoord:
1.500 × 1,5 PAL = 2.250 kcal per dag.
Je energiebehoefte online berekenen
Je kunt je basaal metabolisme ook schatten met de Harris-Benedictformule. Deze bekende formule berekent je energiebehoefte op basis van je lichaamsgewicht, lengte en leeftijd. Omdat de berekening best ingewikkeld kan zijn, kun je je energiebehoefte (BMR) ook eenvoudig online berekenen.
Online berekenen kan bijvoorbeeld via rekenmachine.nl of calculator-online.net.
Wil je weten hoeveel calorieën je verbruikt tijdens het sporten of andere activiteiten? Klik dan hier.
De eneriebalans
De energiebalans geeft de verhouding weer tussen energie-inname en energieverbruik. Zijn deze met elkaar in evenwicht, dan blijft het lichaamsgewicht doorgaans stabiel. Verbruikt het lichaam meer energie dan er binnenkomt, dan ontstaat een negatieve energiebalans. Het lichaam spreekt dan vetreserves aan, wat leidt tot gewichtsverlies.
Komt er juist meer energie binnen dan het lichaam verbruikt, dan is er sprake van een positieve energiebalans. De overtollige energie slaat het lichaam op als lichaamsvet.
Callorieverbruik afvallen
Om je streefgewicht te bereiken, is het belangrijk om inzicht te hebben in je dagelijkse caloriebehoefte, hoeveel calorieën je inneemt en hoeveel je moet minderen om af te vallen. Heb je bijvoorbeeld 2.000 calorieën per dag nodig en wil je ongeveer een halve kilo per week afvallen? Dan moet je gemiddeld 500 calorieën per dag minder eten. Dat betekent dat je dagelijks circa 1.500 calorieën kunt innemen.
Energieverbruik
Ons energieverbruik bestaat uit drie onderdelen:
- Ons metabolisme: dit is de energie die ons lichaam in rust verbruikt. Het basaal metabolisme is goed voor ongeveer 65% van ons totale energieverbruik.
- Het thermische effect van voeding: de extra energie die nodig is om voedsel te verteren en te verwerken. Dit bedraagt ongeveer 10% van het totale energieverbruik.
- Beweging: bij een matig activiteitsniveau is beweging verantwoordelijk voor ongeveer 25% van het totale energieverbruik.
Behulpzame applicaties
Er zijn diverse gratis apps beschikbaar die je helpen inzicht te krijgen in calorieën en voedingsstoffen. Tijdens de cursus vormen deze apps een waardevol hulpmiddel. Hieronder kun je twee apps downloaden die we vooral in het tweede deel van de cursus gebruiken. Ze zijn gratis, gebruiksvriendelijk, doeltreffend en bieden praktische ondersteuning.
Kies ik gezond
Download in de Apple iTunes Store
Download in Google Play
Mijn eetmeter
Download in de Apple iTunes Store
Download in Google Play
Wil je berekenen hoeveel calorieën je dagelijks minder moet eten om af te vallen? Klik dan hier.
Als je wilt afvallen, zijn er drie belangrijke aandachtspunten: 1) Verhoog je metabolisme. Hieronder vallen ook spierherstel en spiergroei. Daarom is het verstandig om cardio te combineren met spierversterkende oefeningen: het opbouwen en onderhouden van spieren kost energie. 2) Vergroot het verteringseffect. Kies hiervoor zoveel mogelijk voor voedzame, minder bewerkte producten. Eet bijvoorbeeld vaker complexe in plaats van eenvoudige koolhydraten. Complexe koolhydraten kosten je lichaam meer energie om af te breken. Eiwitten vragen tijdens de vertering zelfs nog meer energie. 3) Beweeg meer. Elke vorm van beweging kost energie. Hoe actiever je bent, hoe hoger je energieverbruik. Houd er wel rekening mee dat voldoende rust essentieel is: zo kan je lichaam herstellen en sterker worden. Energie uit voeding die je lichaam niet direct gebruikt, kan binnen enkele uren als lichaamsvet worden opgeslagen.
------------------------------
<< NAAR HOME
------------------------------
------------------------------
VOLGENDE >>
------------------------------