De eiwitten
Eiwitten uit onze voeding vervullen verschillende belangrijke functies in het lichaam: ze dienen als transportmiddel, bouwstof en brandstof.
Als bouwstof zijn eiwitten essentieel voor de opbouw en het herstel van cellen in onder andere de huid, haren, spieren, botten en organen. Daarnaast spelen ze een belangrijke rol bij het transport van vetten in het bloed. Vetten lossen namelijk niet op in water. Doordat eiwitten zich als een beschermende mantel aan vetmoleculen kunnen binden, kunnen deze vetten toch via het bloed worden vervoerd.
Ook alle enzymen in ons lichaam bestaan uit eiwitten. Enzymen ondersteunen de stofwisseling zonder daarbij zelf te veranderen. Enkele voorbeelden zijn:
- Protease: katalyseert de afbraak van eiwitten.
- Lipase: helpt bij de vertering van vetten in de darmen.
- Amylase: komt voor in speeksel en de dunne darm en zet zetmeel om in suikers.
- Maltase: breekt maltose af tot glucose.
Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Peptiden zijn kortere ketens van aminozuren, meestal bestaande uit 10 tot 100 aminozuren. Na de vertering worden aminozuren door het lichaam opgenomen en gebruikt om de eiwitten te maken die het nodig heeft.
De eiwitten uit onze voeding worden tijdens de spijsvertering afgebroken tot aminozuren. Het lichaam gebruikt deze aminozuren vervolgens om lichaamseigen eiwitten op te bouwen. Ongeveer 1,5 tot 2 uur na een maaltijd worden de aminozuren en eiwitten in het bloed opgenomen.
Koolhydraten zijn de belangrijkste brandstofbron voor het lichaam, gevolgd door vetten en vervolgens eiwitten. Eiwitten vervullen daarnaast nog veel meer functies: ze dienen als bouw- en brandstof, transporteren stoffen en zijn een belangrijk onderdeel van enzymen en hormonen. Ons lichaam bestaat voor ongeveer 19% uit eiwitten.
Eiwitten kunnen worden onderverdeeld in dierlijke en plantaardige eiwitten. Dierlijke eiwitten hebben een aminozuursamenstelling die het meest overeenkomt met die van het menselijk lichaam. Van de plantaardige eiwitbronnen komen soja en tofu het dichtst in de buurt.
Het advies is om ongeveer twee derde van je eiwitinname uit plantaardige voeding te halen en één derde uit dierlijke bronnen. Dierlijke producten bevatten namelijk vaak meer verzadigd vet. Kies daarom, waar mogelijk, voor magere varianten. Deze bevatten doorgaans ook relatief meer eiwit.
De algemene richtlijn is om dagelijks 0,8 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht te consumeren.
De onderstaande afbeelding biedt een helder overzicht van eiwitrijke producten. De kwaliteit van eiwitten wordt bepaald door het gehalte aan essentiële aminozuren. Volwaardige eiwitten bevatten alle essentiële aminozuren en zijn doorgaans afkomstig uit dierlijke producten. Tot de meest complete eiwitbronnen behoren onder meer kip, vis, vlees, gevogelte, eieren, melk en kaas.
De aminozuren
De eiwitten die we via onze voeding binnenkrijgen, worden eerst afgebroken tot peptiden en vervolgens tot aminozuren. Het lichaam gebruikt deze aminozuren om nieuwe eiwitten te vormen, onder andere voor de opbouw en het herstel van spieren. Al binnen ongeveer 40 minuten kunnen aminozuren hiervoor beschikbaar zijn.
Aminozuren spelen een belangrijke rol bij spiergroei, wondgenezing, energie- en hormoonproductie en de werking van het immuunsysteem. We onderscheiden essentiële, niet-essentiële en semi-essentiële aminozuren. Semi-essentiële aminozuren kan het lichaam onder bepaalde omstandigheden, zoals tijdens ziekte, niet altijd in voldoende mate aanmaken.
Er zijn 22 verschillende aminozuren, waarvan het lichaam er 9 niet zelf kan produceren. Dit zijn de essentiële aminozuren, die we daarom via onze voeding moeten binnenkrijgen. Aminozuren zijn linksdraaiend en worden daarom aangeduid met een ‘L’ voor de naam.
Essentiële aminozuren
Niet essentiële aminozuren
Eiwitpoeders
Veel sporters en mensen die een dieet volgen, gebruiken eiwitpoeders om spierafbraak te helpen beperken of een eiwittekort aan te vullen. Hieronder lees je meer over de verschillende soorten eiwit. De eiwitten in shakes, poeders en repen zijn meestal afkomstig uit melk. De belangrijkste melkeiwitten zijn whey-eiwit (wei-eiwit) en caseïne-eiwit. Whey is een compleet eiwit en bestaat uit het vloeibare deel dat overblijft tijdens de kaasproductie. Caseïne is juist het dikkere, vaste deel van melk.
Ook weisupplementen zijn verkrijgbaar in verschillende vormen. De bekendste varianten zijn whey concentraat, isolaat en hydrolisaat. Vloeibare wei ontstaat als bijproduct van de kaasproductie. Wanneer deze wei bij lage temperatuur wordt gefilterd, ontstaat whey concentraat. Verdere filtering levert whey isolaat op. Worden de eiwitten daarna gehydrolyseerd – waarbij aminozuurverbindingen worden afgebroken – en enzymen toegevoegd, dan ontstaat whey hydrolisaat.
Whey concentraat bevat doorgaans ongeveer 80% eiwit; de overige 20% bestaat uit vetten en koolhydraten. Door verdere bewerking ontstaat whey isolaat, dat gemiddeld circa 90% eiwit bevat en slechts 10% vetten en koolhydraten. Om die reden is whey isolaat meestal duurder dan whey concentraat.
Caseïne-eiwitten worden langzaam verteerd en opgenomen. Daardoor is caseïne bijzonder geschikt om voor het slapengaan te gebruiken. Caseïne-eiwitshakes passen dan ook goed binnen een dieet gericht op afvallen of droogtrainen. Net als whey is caseïne afkomstig uit melk. In de maag klontert caseïne samen, waardoor het geleidelijk wordt afgebroken en langdurig een verzadigd gevoel geeft. Dit kan helpen om minder snel trek te krijgen.
------------------------------
<< NAAR HOME
------------------------------
------------------------------
VOLGENDE >>
------------------------------