Gezond afvallen
In Nederland heeft ongeveer 50% van de volwassenen overgewicht. Overgewicht en obesitas vergroten het risico op chronische ziekten aanzienlijk. Daarnaast kunnen ze leiden tot klachten en aandoeningen zoals jicht, artrose, leververvetting, lage rugklachten, menstruatiestoornissen, slaapproblemen en onvruchtbaarheid.
Overgewicht en obesitas kunnen verschillende oorzaken hebben. Denk aan omgevingsfactoren, zoals wonen of werken in een omgeving met veel ongezond voedselaanbod, bijvoorbeeld snackbars en snoepwinkels. Ook de sociale omgeving speelt een rol: energierijke voeding en zoetigheden worden vaak al op jonge leeftijd aangeleerd. Verder kunnen de menopauze, medicijngebruik, een traag werkende schildklier, een onevenwichtig voedingspatroon, stress, spijsverteringsziekten en erfelijke aanleg bijdragen aan gewichtstoename.
Vooral omgevingsfactoren en individuele leefstijl- en gedragsfactoren spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van een verstoorde energiebalans.
Als je veel wilt afvallen, is het verstandig om te streven naar een blijvend gewichtsverlies van 10%. Wil je uiteindelijk meer afvallen? Richt je dan eerst op die 10% en probeer je nieuwe gewicht vervolgens minimaal een half jaar te behouden. Daarna kun je toewerken naar een volgende stap van 5% of 10%.
Zo krijgt je lichaam de tijd om aan het nieuwe gewicht te wennen. Voor je gezondheid is het beter om in kleinere stappen af te vallen en je gewicht stabiel te houden, dan om steeds opnieuw aan te komen en af te vallen. Slechts 20% van de mensen die afvallen met een dieet slaagt erin om het nieuwe gewicht langere tijd te behouden. Dit komt vaak doordat er te weinig aandacht is voor gedragsverandering, voedingskennis en een gezond, vol te houden eetpatroon.
De BMI
De BMI (Body Mass Index) is een internationaal gebruikte maat die aangeeft of je gewicht gezond is in verhouding tot je lengte. De BMI geeft een indicatie van hoe gezond je lichaamsgewicht is.
Je berekent je BMI als volgt: gewicht in kilogram gedeeld door je lengte in meters in het kwadraat. Je kunt je BMI ook eenvoudig online berekenen via berekenen.nl of de BMI-meter van het Voedingscentrum.
Voor volwassenen ligt een gezond BMI doorgaans tussen 18,5 en 25. Voor bodybuilders, mensen van Aziatische afkomst, ouderen en kinderen gelden andere grenswaarden.
Een nadeel van deze methode is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen spiermassa, vetmassa en een zwaarder skelet. Toch geeft de BMI een goede gemiddelde indicatie van je lichamelijke situatie.
Houd er rekening mee dat je gewicht in de loop van de dag tot wel 2 kilo kan schommelen. Weeg jezelf daarom bij voorkeur steeds op hetzelfde tijdstip van de dag. Ook tijdens de menstruatie houdt het lichaam vaak meer vocht vast, waardoor vrouwen tijdelijk enkele kilo’s zwaarder kunnen wegen.
De middelomtrek
Naast de BMI zegt ook de verdeling van lichaamsvet veel over uw gezondheid. Vetophoping rond de buik brengt meer gezondheidsrisico’s met zich mee dan vet rond de heupen. Het meten van de middelomtrek is daarom vaak betrouwbaarder dan alleen kijken naar de BMI.
Meet uw middelomtrek op het smalste deel van uw taille, tussen de onderste rib en de bovenkant van het heupbeen. Lees de waarde af na een normale uitademing.
Voor mannen gelden de volgende waarden: minder dan 79 cm wijst op ondergewicht, 79 tot 94 cm brengt geen verhoogd risico met zich mee, 95 tot 102 cm valt in de gevarenzone en meer dan 102 cm wijst op een verhoogd risico.
Voor vrouwen gelden de volgende waarden: minder dan 68 cm wijst op ondergewicht, 68 tot 80 cm brengt geen verhoogd risico met zich mee, 81 tot 88 cm valt in de gevarenzone en meer dan 88 cm wijst op een verhoogd risico.
Het is raadzaam om beide methoden toe te passen, zodat je een duidelijk beeld krijgt van je lichaam en gezondheid. Herhaal deze metingen tijdens het afvallen meerdere keren om je voortgang goed te kunnen volgen.
Energiebeperking
Energiebeperking betekent dat je minder energie inneemt dan je lichaam verbruikt. Daardoor spreekt je lichaam zijn energiereserves aan: bloedglucose, glycogeen in de lever en spieren, vet en eiwit. De totale glycogeenvoorraad, inclusief het bijbehorende water, kan zelfs tot 2 kilogram wegen.
Een extreme vorm van energiebeperking wordt ook wel een crashdieet of zeer laagcalorisch dieet genoemd. Bij dergelijke diëten bestaat het gewichtsverlies in de eerste week vooral uit vochtverlies en een afname van spiermassa.
Wij geloven niet in de meeste diëten. Als ze echt duurzaam zouden werken, waarom komen er dan steeds nieuwe bij? Uiteindelijk gaat het om wat, wanneer en hoeveel je eet én om het aanleren en volhouden van een gezond voedingspatroon.
Diëten
Energiebeperkte diëten kunnen als volgt worden ingedeeld:
- Energiebeperkt dieet: hierbij eet je dagelijks ongeveer 600 kcal minder dan je lichaam nodig heeft. Dit dieet bestaat uit drie hoofdmaaltijden en twee tot drie tussendoortjes.
- Laagcalorisch dieet: dit dieet levert 800 tot 1200 kcal per dag en bestaat doorgaans uit één warme maaltijd en twee maaltijdvervangers.
- Zeer laagcalorisch dieet: dit dieet levert 450 tot 800 kcal per dag en bestaat volledig uit maaltijdvervangers.
De afgelopen jaren zijn ook eiwitrijke en koolhydraatarme diëten populairder geworden. Eiwitten zorgen over het algemeen voor een sterker verzadigd gevoel.
Aanbevelingen
Duurzaam gewichtsverlies vraagt om beweging, een geleidelijk tempo en blijvende gedragsverandering. Regelmatig bewegen helpt om spiermassa te behouden. Streef daarom naar rustig afvallen, bijvoorbeeld in stappen van 5 tot 10% van het lichaamsgewicht, en kies doelen die realistisch en haalbaar zijn. Een regelmatig eetpatroon, eventueel aangevuld met gezonde tussendoortjes, kan snaaien en eetbuien helpen voorkomen. Ook kleine, praktische aanpassingen maken verschil: ze houden de verandering overzichtelijk en beter vol te houden. Regelmatige controlemomenten kunnen bovendien helpen om gemotiveerd te blijven en waar nodig bij te sturen.
Bij verantwoord afvallen neemt vooral de hoeveelheid vetweefsel af, zonder dat dit ten koste gaat van de gezondheid. Geleidelijk gewichtsverlies met behoud van spiermassa vormt daarbij de basis. Een verlies van ongeveer 0,5 tot 1 kg per week wordt doorgaans als verantwoord gezien. Hoe beter een voedingspatroon aansluit bij iemands huidige eetgewoonten, hoe groter de kans dat het op de lange termijn vol te houden is. En hoe langer het gewichtsverlies behouden blijft, hoe groter de kans dat het blijvend is. Succesvol afvallen draait uiteindelijk om een duurzame verandering in gedrag.
Afvallen gaat niet om alles wat niet mag, maar juist om de keuzes die wél mogelijk zijn. Eén kilogram lichaamsvet staat gelijk aan ongeveer 7.000 kcal. Wie 2 kg wil afvallen, moet daarom in totaal ongeveer 14.000 kcal minder binnenkrijgen dan het lichaam nodig heeft. Neem bijvoorbeeld een vrouw met een gemiddeld postuur die 2 kg per maand wil afvallen. Bij een gemiddelde dagelijkse energiebehoefte van 2.000 kcal betekent dit een tekort van ongeveer 470 kcal per dag: 14.000 kcal gedeeld door 30 dagen. Zij zou dan gemiddeld op ongeveer 1.530 kcal per dag uitkomen.
Een mogelijke verdeling is maximaal 300 kcal voor het ontbijt, maximaal 400 kcal voor de lunch en ongeveer 500 kcal voor de warme maaltijd. Daarmee blijft er nog 300 tot 400 kcal over voor tussendoortjes. Een gezond tussendoortje bevat doorgaans ongeveer 100 tot 140 kcal. Zo hoeft afvallen helemaal niet ingewikkeld of extreem te zijn.
Alleen al het beperken van toegevoegde suikers kan veel calorieën schelen. Let daarnaast op de hoeveelheid verzadigd vet en zout, en je zet al grote stappen richting een gezonder voedingspatroon. Streng lijnen werkt vaak averechts: als je de hele dag honger hebt, wordt het juist moeilijker om verleidingen te weerstaan. Bij afvallen vormen je eigen gedachten en verwachtingen vaak de grootste valkuil.
Een terugval betekent niet dat je afvalpoging is mislukt. Het is belangrijk om haalbare doelen te stellen, zodat frustratie wordt voorkomen. Door een groter doel op te delen in kleinere kortetermijndoelen, blijft het eenvoudiger om gemotiveerd te blijven. Denk positief: zeg bijvoorbeeld ‘Ik kies vandaag voor gezond eten, zodat ik stap voor stap afval’, in plaats van ‘Ik mag niet veel eten, want ik moet afvallen’. Afvallen draait niet om minder eten, maar om anders eten. Juist kleine, blijvende aanpassingen in leefstijl en voedingspatroon leiden vaak tot succesvol en duurzaam gewichtsverlies.
Voldoende beweging
Voor volwassenen geldt het advies om minimaal 30 minuten per dag matig intensief te bewegen, ten minste vijf dagen per week en bij voorkeur elke dag. Voor kinderen, jongeren en mensen met overgewicht is het advies minimaal 60 minuten matig intensieve beweging per dag.
Matig intensief bewegen is bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen. Voor kinderen en jongeren kan dit ook rennen of fietsen zijn.
Een actieve leefstijl helpt om op gewicht te blijven. Kies bijvoorbeeld vaker voor de trap, de fiets of een wandeling. Daarnaast heeft trainen verschillende voordelen: het verbetert het uithoudingsvermogen, vermindert dieper gelegen vetweefsel en verlaagt het totale lichaamsvetpercentage. Door tijdens het afvallen meer te bewegen, blijft bovendien meer spierweefsel behouden.
Vetverbranding vindt vooral plaats bij een lage insulinespiegel. Regelmatig bewegen verhoogt de insulinegevoeligheid, waardoor een verhoogde insulinespiegel kan dalen en afvallen gemakkelijker wordt. Als het mogelijk is, is het daarnaast verstandig om spierversterkende oefeningen te doen. Tijdens de eerste 6 tot 8 weken krachttraining neemt vooral de kracht toe. Daarna groeit ook de spiermassa, wat zorgt voor een hogere ruststofwisseling. Uiteindelijk draait afvallen om het creëren van een negatieve energiebalans.
Soorten verzadiging
Er zijn twee vormen van verzadiging: sensorische en metabole verzadiging. Sensorische verzadiging is het gevoel dat je voldoende hebt gegeten en geen trek meer hebt, waardoor je stopt met eten. Metabole verzadiging is het lichamelijke signaal dat je vol zit, bijvoorbeeld doordat je maag gevuld is. Eiwitten zorgen doorgaans voor meer verzadiging dan koolhydraten, en koolhydraten verzadigen meer dan vetten. Vetten geven vaak wel langer een verzadigd gevoel. Voedingsvezels leveren geen energie, maar dragen wel bij aan een vol gevoel. Door een deel van de vetten en koolhydraten te vervangen door eiwitten, duurt het vaak langer voordat je opnieuw trek krijgt. Bovendien kost de vertering van eiwitten meer energie. Voldoende voedingsvezels eten helpt eveneens om langer verzadigd te blijven.
Margarine en halvarine
Margarine, halvarine, dieetproducten en lightproducten bestaan voornamelijk uit olie en water. Margarine bevat minimaal 80% vet. Halvarine bevat minimaal 40% vet en levert daardoor ongeveer de helft minder calorieën. Aan beide producten worden vitamine A en D toegevoegd. De aanduiding “dieet” betekent dat een product minimaal 50% meervoudig onverzadigde vetzuren bevat. Deze vetzuren kunnen bijdragen aan een lager cholesterolgehalte. Dieetmargarine bevat echter nog steeds 80% vet: de term zegt dus iets over het type vet, niet over het aantal calorieën. De aanbevolen hoeveelheid beleg per boterham is 5 gram. Wie calorieën wil besparen, kan door halvarine in plaats van margarine te gebruiken eenvoudig ongeveer 100 kcal per dag minder binnenkrijgen. Roomboter is een dierlijk, verzadigd vet en bevat circa 80% vet. Halfvolle roomboter bevat ongeveer 40% vet.
Sauzen
Rode sauzen en piccalilly bevatten weinig tot geen vet en hebben daarom vaak de voorkeur. Wel worden hier regelmatig suiker of glucosestroop aan toegevoegd. Witte sauzen worden meestal bereid met room of olie. Het vet in witte sauzen is vaak onverzadigd. Een eetlepel mayonaise levert ongeveer 110 kcal, terwijl een eetlepel halfvolle mayonaise circa 55 kcal bevat. De meeste soorten fritessaus bevatten minder vet dan mayonaise: een eetlepel levert gemiddeld 43 kcal. Dat is nog altijd meer dan een eetlepel ketchup, die ongeveer 15 kcal bevat. Over het algemeen geldt: hoe minder olie een saus bevat, hoe minder calorieën deze levert. Tegenwoordig zijn er ook zero- en lightvarianten verkrijgbaar, dus het loont de moeite om etiketten te lezen. Let wel: minder vet betekent soms meer suiker.
Valkuilen
Ongeveer 75% van de mensen die wil afvallen, stopt voortijdig. Vaak komt dat doordat zij een crashdieet volgen en verwachten dat daarmee alles vanzelf goedkomt. Helaas werkt het niet zo. Zonder duidelijke doelen, voldoende kennis en de juiste begeleiding – zoals je die in deze cursus krijgt – is de kans op blijvend resultaat klein. Hieronder bespreken we een aantal veelvoorkomende valkuilen bij het afvallen.
- Meet niet alleen je gewicht, maar ook je lichaamsomvang in centimeters. Dit geeft vaak een realistischer beeld van je voortgang. Blijft je gewicht gelijk, dan kan dat demotiverend zijn. Toch kun je wel degelijk vet verliezen en tegelijkertijd spiermassa opbouwen.
- Weeg jezelf steeds op hetzelfde moment, bij voorkeur 's ochtends. Tussen een weging in de ochtend en in de avond kan gemakkelijk 1 tot 2 kilo verschil zitten.
- Eet niet te weinig. Houd je aan een verantwoord plan. Als je plotseling extreem weinig eet, kan je lichaam in een energiebesparende stand terechtkomen. Zodra je daarna weer normaal gaat eten, neemt de kans op het jojo-effect toe.
- Matig je alcoholgebruik. Tien glazen alcohol in een weekend bevatten al snel ongeveer duizend calorieën. Daarmee kun je een groot deel van je inspanningen van die week tenietdoen.
- Stel een duidelijk doel. Zonder een concreet en goed geformuleerd doel raak je al snel de richting kwijt.
- Zorg dat je voldoende vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Tekorten kunnen ervoor zorgen dat je je moe en futloos voelt, waardoor de kans groter is dat je opgeeft.
- Durf nee te zeggen. Ga je naar een feestje? Wees dan niet bang om hapjes en snacks af te slaan.
- Vertel anderen dat je wilt afvallen. Zo begrijpen zij beter waarom je bepaalde keuzes maakt. Bovendien kan hun steun je helpen gemotiveerd te blijven.
- Verwacht niet te snel resultaat. Te snel willen afvallen leidt vaak tot crashdiëten en stress – en dat houd je meestal niet lang vol.
- Schrap vetten niet volledig. Je hoeft vet niet te vermijden om lichaamsvet kwijt te raken. Onverzadigde vetten zijn juist onmisbaar in een gezond voedingspatroon. Beperk vooral verzadigde vetten.
- Verander niet alles tegelijk. Als je direct al je favoriete eten en snacks moet laten staan, voelt afvallen al snel als een gevecht. Begin met kleine aanpassingen die toch veel calorieën besparen. Een verandering van slechts 50 kcal per dag levert al ongeveer 1.500 kcal per maand op. Wanneer je merkt dat kleine stappen werken, ga je vanzelf anders naar voeding kijken en maak je gemakkelijker gezondere keuzes.
- Bereid je goed voor. Zelfkennis is daarbij belangrijk: jij weet het beste in welke situaties je sneller in verleiding komt.
- Veroordeel jezelf niet. Ga je een keer de mist in? Wees dan niet te streng voor jezelf, maar pak je plan gewoon weer op.
- Onderschat niet hoeveel je eet. Houd daarom een eetdagboek bij. Dit geeft inzicht in je eetpatroon en helpt je bewustere keuzes te maken.
- Let ook op de portiegrootte van gezonde producten. Gezond betekent niet dat je er onbeperkt van kunt eten: calorieën blijven calorieën. Een calorie-overschot wordt uiteindelijk opgeslagen als vet.
- Lees etiketten, maar laat je niet verleiden of misleiden. Hieronder vind je een etikettenwijzer waarmee je producten beter kunt vergelijken. Kijk daarbij altijd naar het totaalplaatje van ingrediënten en voedingswaarden.
Waarom veel diëten niet werken
Hieronder lees je waarom diëten meestal niet werken:
- Bij veel diëten mag je van alles niet eten en heb je voortdurend honger. Daardoor krijg je juist meer trek in alles wat los en vast zit. Honger heeft bovendien vaak een negatieve invloed op je humeur – en dus ook op de mensen om je heen.
- Een dieet leert je meestal niet hoe je gezonder kunt eten. Sterker nog: veel diëten zijn juist ongezond en niet vol te houden.
- Diëten kunnen ervoor zorgen dat je onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. Dit kan gevolgen hebben voor je humeur en gezondheid, zoals duizeligheid, een zwak gevoel of sombere gevoelens.
- Als diëten echt duurzaam zouden werken, zou de dieetindustrie niet voortdurend met nieuwe diëten komen.
- Diëten kunnen het jojo-effect veroorzaken. Je lichaam probeert energie te besparen wanneer je te weinig eet. Zodra je weer normaal gaat eten, kun je daardoor sneller aankomen.
- Wie te snel afvalt, verliest vaak niet alleen vet, maar ook spiermassa. Juist vetverlies is het doel; langzaam en verantwoord afvallen helpt daarbij.
- Diëten leren je meestal niet om je eetgewoonten blijvend te veranderen.
- Met een dieet ben je vaak in gevecht met jezelf, in plaats van dat je werkt aan een gezonde en evenwichtige balans.
- Wanneer een dieet opnieuw niet lukt, kun je je teleurgesteld en ontmoedigd voelen.
Tips bij afvallen
Een gezonde leefstijl is de basis voor duurzaam gewichtsverlies. Regelmatig bewegen speelt daarbij een belangrijke rol, maar ook uw voedingspatroon is essentieel. Kies voor kleinere porties, beperk ongezonde en bewerkte snacks en houd uw dagelijkse calorie-inname bij. Zo blijft u zich bewust van wat u eet en voorkomt u dat u ongemerkt te veel binnenkrijgt. Stel daarnaast haalbare doelen en beloon uzelf wanneer u deze bereikt. Met deze tips legt u een sterke basis voor gezond en succesvol afvallen:
- Neem de tijd. Een streng dieet is moeilijk vol te houden en vaak niet gezond.
- Slaap voldoende. Een goede nachtrust is essentieel als u wilt afvallen.
- Houd bij wat u eet. Noteer dagelijks wat u eet en drinkt in een eetdagboek. Zo krijgt u meer inzicht in uw eetpatroon.
- Kies voor volkorenproducten. Deze bevatten meer voedingsstoffen en geven langer een verzadigd gevoel.
- Wees eerlijk tegen uzelf. Houd uzelf niet voor de gek en kijk realistisch naar uw gewoonten.
- Kies gezonde snacks. Zorg dat u altijd gezonde tussendoortjes in huis of bij u heeft.
- Eet voldoende groente en fruit. Ze zitten vol vitaminen, mineralen en voedingsvezels.
- Beweeg regelmatig. Ook licht intensieve beweging draagt bij aan een gezonde leefstijl en gewichtsverlies.
- Eet gerust pittig. Pittige kruiden kunnen uw stofwisseling tijdelijk stimuleren.
- Wees mild voor uzelf. Afvallen is een proces met ups en downs.
- Eet met aandacht. Door rustig en zonder afleiding te eten, merkt u beter wanneer u genoeg heeft gehad.
- Vertel het aan uw omgeving. Steun van anderen kan helpen om gemotiveerd te blijven.
- Gebruik een klein bord. Dezelfde portie lijkt op een kleiner bord groter.
- Eet regelmatig. Afvallen betekent niet dat u uzelf moet uithongeren, zoals bij crashdiëten.
- Drink groene thee. Groene thee bevat antioxidanten en kan een gezonde aanvulling zijn op uw dagelijkse routine.
- Beperk stress. Langdurige stress kan de aanmaak van cortisol verhogen, wat gewichtstoename kan bevorderen, vooral rond de buik.
- Eet voldoende eiwitten. Eiwitten geven vaak langer een verzadigd gevoel dan koolhydraten.
- Eet voldoende voedingsvezels. Vezelrijke voeding helpt om langer verzadigd te blijven.
- Eet gezond. Voeding speelt doorgaans een grotere rol bij afvallen dan beweging, al zijn beide belangrijk.
- Let op toegevoegde suikers. Door minder toegevoegde suikers te eten, zet u al een grote stap.
- Eet eieren bij het ontbijt. Eieren zijn voedzaam en geven een verzadigd gevoel.
- Drink voldoende. Water en ongezoete thee kunnen helpen om voldoende vocht binnen te krijgen en geven soms een voller gevoel.
- Kies groente op brood in plaats van vleeswaren.
- Wees voorzichtig met alcohol. Alcoholische dranken bevatten vaak veel calorieën en leveren weinig voedingswaarde.
- Eet voldoende onverzadigde vetten. Deze vetten passen binnen een gezond voedingspatroon en dragen bij aan een verzadigd gevoel.
- Haal snoep en snacks uit het zicht. De verleiding is groter wanneer ze voortdurend binnen handbereik staan.
- Doe geen boodschappen op een lege maag en maak vooraf een boodschappenlijstje.
- Maak tijdens de lunch een wandeling.
- Lees etiketten en vergelijk producten voordat u een keuze maakt.
- Drink koffie met mate, bij voorkeur zwart en zonder suiker. Cafeïne kan uw stofwisseling tijdelijk stimuleren.
- Doe spierversterkende oefeningen. Meer spiermassa kan uw stofwisseling ondersteunen.
- Vermijd kant-en-klaarmaaltijden en beperk bezoeken aan de snackbar.
- Ontbijt goed. Een voedzaam ontbijt kan helpen om de dag energiek te beginnen.
- Neem de trap in plaats van de roltrap of lift.
- Eet regelmatig, sla geen maaltijden over en neem gezonde snacks mee. Zo helpt u uw bloedsuikerspiegel stabiel te houden en verkleint u de kans op eetbuien.
------------------------------
<< NAAR HOME
------------------------------
------------------------------
VOLGENDE >>
------------------------------