Slechte voeding
In dit hoofdstuk bespreken we ongezonde voeding en de gevolgen daarvan. Maar wat verstaan we precies onder ongezonde voeding? Dat is niet altijd zwart-wit. Vaak bepaalt vooral de combinatie van voedingsmiddelen die we eten – ons voedingspatroon – of onze voeding gezond of ongezond is.
Ons lichaam heeft suiker, vet en zout nodig. Als we daar dagelijks te veel van binnenkrijgen, kan dat echter schadelijk zijn voor onze gezondheid. Sommige producten kunnen we wel als ongezond bestempelen, zoals gezoete dranken, fastfood en producten die veel zout, suiker of verzadigd vet bevatten.
Een ongezond voedingspatroon verhoogt het risico op onder meer hart- en vaatziekten, kanker en diabetes. Hieronder vind je een overzicht van ongezonde voedingsmiddelen en voedingsstoffen.
Suiker
Koolhydraten kunnen worden onderverdeeld in meervoudige – oftewel langzame – koolhydraten en enkelvoudige – oftewel snelle – koolhydraten (suikers).
Suikers komen van nature voor in gezonde producten, zoals fruit. In fruit zitten deze suikers samen met vezels, water, antioxidanten, vitaminen, mineralen en andere voedingsstoffen. Hierdoor worden ze geleidelijker aan de bloedbaan afgegeven.
Dit verschilt van zoete snacks met toegevoegde suikers en van vruchtensap. Vruchtensap bevat aanzienlijk minder vezels en andere voedingsstoffen dan een stuk fruit, maar nog altijd veel suiker. Daarom zijn deze producten minder gezond.
Snelle suikers zorgen ervoor dat de bloedsuikerspiegel snel stijgt en vaak daarna nog sneller daalt. Dit kan leiden tot vermoeidheid en een grotere behoefte aan suiker. Regelmatige consumptie van producten met veel toegevoegde suikers verhoogt bovendien het risico op diabetes type 2, overgewicht, tandbederf en een verminderde weerstand.
Toegevoegde suikers
Toegevoegde suikers zijn de grootste boosdoeners als het om suiker gaat. Producten waaraan suiker is toegevoegd, zoals snoep en frisdrank, kun je daarom het beste zoveel mogelijk beperken.
Zoals de naam al doet vermoeden, voegen fabrikanten deze suikers aan producten toe. Vaak gaat het om producten die verder weinig tot geen gezonde voedingsstoffen bevatten. Een hoge inname van suiker, vooral via frisdranken en vruchtensappen, kan bijdragen aan vetvorming in de lever en aan de opslag van buikvet.
Ook veel kant-en-klare producten uit een potje, pakje of zakje bevatten verrassend veel suiker. Controleer daarnaast altijd het etiket van lightproducten met minder vet. Om het smaakverlies door een lager vetgehalte te compenseren, voegen fabrikanten vaak extra suiker toe. Daardoor zijn deze producten soms minder gezond dan ze op het eerste gezicht lijken.
Toegevoegde suikers komen onder meer voor in koek, snoep, gebak, ketchup, andere sauzen en dressings, magere yoghurt met een smaakje en appelmoes. Op het etiket worden deze suikers niet altijd onder dezelfde naam vermeld. Let daarom ook op benamingen als glucosestroop, dextrose, fructose, lactose, honing, ahornsiroop en kandij.
Vruchtensap
Er is veel te doen over vruchtensap en vruchtendrank. Ze klinken gezond, waardoor we er al snel te veel van drinken. Zoals we eerder hebben uitgelegd, komen suikers uit dranken snel in het bloed terecht. Daardoor zijn ze vaak nog ongunstiger dan suiker in vaste voedingsmiddelen.
Wie veel vruchtensap drinkt, heeft door het hoge suikergehalte een grotere kans op overgewicht en diabetes type 2. Dat is opvallend, omdat vruchtensap vaak als een gezonde keuze wordt gezien. Toch is een glas versgeperst vruchtensap lang niet zo gezond als een stuk fruit. Tijdens het persen gaan namelijk veel vezels verloren. Bovendien bevat heel fruit doorgaans meer vitamines en andere voedingsstoffen. Twee porties fruit per dag leveren daarom meer vezels en voedingsstoffen dan twee glazen vruchtensap.
Vruchtensap is wel een betere keuze dan vruchtendrank. Vruchtensap bestaat voor 100% uit fruit en mag geen toegevoegde suikers of zoetstoffen bevatten. Vruchtendrank wordt gemaakt van vruchtensap en water en kan wél toegevoegde suikers, zoetstoffen en aroma’s bevatten.
Verzadigd vet
Verzadigde vetten en transvetten worden vaak ‘slechte vetten’ genoemd. Verzadigd vet verhoogt namelijk het LDL-cholesterol in je bloed. Een te hoog LDL-cholesterolgehalte is ongunstig voor je hart en bloedvaten.
Verzadigd vet zit vooral in dierlijke producten, zoals vet vlees, volle zuivel en volvette kaas. Ook bepaalde plantaardige producten, zoals kokosvet en palmolie, bevatten veel verzadigd vet. Daardoor bevatten koek, gebak en snacks vaak relatief veel verzadigd vet, omdat bij de bereiding regelmatig palmolie of kokosvet wordt gebruikt. Ook roomboter bevat veel verzadigd vet.
Het advies is om 20% tot 40% van je dagelijkse energiebehoefte uit vetten te halen. Voor vrouwen komt dit neer op ongeveer 80 gram vet per dag en voor mannen op circa 100 gram. Beperk verzadigd vet daarbij bij voorkeur tot maximaal 10% van je dagelijkse energiebehoefte: maximaal 22 gram per dag voor vrouwen en 28 gram per dag voor mannen.
Vetten zijn moeilijk afbreekbaar en worden daarom in meerdere stappen verteerd. In de maag worden ze eerst gekneed tot kleine druppeltjes en vervolgens gemengd met het enzym lipase uit het maagslijmvlies. Lipase breekt vetten af tot vetzuren en glyceriden.
In de maag wordt slechts een klein deel van de vetten verteerd. Het grootste deel van de vetafbraak vindt plaats in de twaalfvingerige darm. Gemiddeld duurt het na een maaltijd 2,5 tot 3 uur voordat de maag leeg is. Na een vetrijke maaltijd kan dit proces tot twee uur langer duren.
Vloeibaar voedsel, zoals vla, verlaat de maag sneller dan vast voedsel. Vetrijke voeding, vezels en onvoldoende gekauwd voedsel vertragen de maaglediging juist. Uiteindelijk laat de maagportier kleine hoeveelheden voedsel door naar het eerste deel van de dunne darm: de twaalfvingerige darm.
Vervang verzadigd vet zo veel mogelijk door onverzadigd vet. Beperk daarom de consumptie van vet vlees en volle zuivelproducten. Eet daarnaast één keer per week vette vis: deze is rijk aan onverzadigde vetzuren.
Bewerkte producten, zoals soepen, sauzen, koek, snoep, chips en andere snacks, bevatten vaak boter of palmolie. Ook wordt er vaak suiker aan toegevoegd. Kies daarom liever voor magere zuivel en mager vlees; deze producten bevatten aanzienlijk minder verzadigd vet.
Vervang chips bijvoorbeeld door een handje ongezouten noten. Kies voor halvarine of zachte margarine op brood, in plaats van roomboter of harde margarine. Je kunt chocoladepasta of hagelslag ook vervangen door 100% pindakaas.
Gebruik bij het bakken bij voorkeur vloeibaar vet, zoals olie, vloeibare margarine of een vloeibaar bak- en braadproduct. In de supermarkt vind je verschillende soorten olie, waaronder olijfolie, zonnebloemolie en arachideolie.
Transvet
Transvet is een onverzadigd vet met een afwijkende structuur. Hierdoor heeft het dezelfde ongunstige effecten als verzadigd vet: het verhoogt het cholesterolgehalte en daarmee het risico op hart- en vaatziekten.
Transvetten komen zowel van nature als kunstmatig voor in onze voeding. Natuurlijk transvet ontstaat wanneer koeien en schapen gras verteren en komt terecht in hun melk en vlees. Ook producten die van deze melk of dit vlees worden gemaakt, bevatten daarom kleine hoeveelheden transvet.
Kunstmatige transvetten ontstaan wanneer onverzadigde oliën via een chemisch proces worden gehard, ook wel gehydrogeneerd genoemd. Daarbij worden vloeibare oliën omgezet in hardere vetten en boters. Zo krijgen producten een stevigere structuur en blijven ze langer houdbaar. Deze vetten zijn bovendien gemakkelijk te verwerken in onder meer harde margarines, bak- en braadproducten, gebak, koekjes en snacks. Dit type transvet wordt ook wel industrieel transvet genoemd.
Producten die mogelijk transvet bevatten, zijn onder andere koekjes, bladerdeegproducten, chips, snoep, margarine, halvarine, gebak, cake, hard frituurvet, diepvriesproducten zoals kroketten, kaassoufflés, frikadellen en patat, koffiecreamer, pizza’s, kant-en-klare maaltijden, instant sauzen en roomboter.
In veel van deze producten is het transvetgehalte tegenwoordig echter sterk verlaagd of zelfs volledig verdwenen. Dit is te danken aan verbeterde productietechnieken en het gebruik van andere grondstoffen. Alle margarineproducten in Nederland bevatten bijvoorbeeld minder dan 1% transvet.
Cholesterol
Cholesterol is een vetachtige stof die in kleine deeltjes in het lichaam voorkomt. Deze deeltjes zijn omgeven door een laagje eiwit, waardoor cholesterol via het bloed kan worden vervoerd. Het grootste deel van het cholesterol wordt aangemaakt door de lever. Ook de bijnieren en darmen produceren cholesterol. Daarnaast krijgen we cholesterol binnen via onze voeding.
Cholesterol is een belangrijke bouwstof voor lichaamscellen en speelt een rol bij de aanmaak van gal en vitamine D. Er zijn twee soorten cholesterol: het ‘goede’ HDL-cholesterol en het ‘slechte’ LDL-cholesterol. HDL-cholesterol helpt om LDL-cholesterol uit de bloedvaten af te voeren.
LDL-cholesterol kan zich ophopen aan de wanden van bloedvaten, vooral wanneer deze beschadigd zijn door bijvoorbeeld roken, een hoge bloeddruk of ouderdom. Een te hoog LDL-cholesterolgehalte verhoogt het risico op hart- en vaatziekten, zoals een hartinfarct. Ook kan een teveel aan cholesterol in de gal de kans op galstenen vergroten.
De verhouding tussen LDL- en HDL-cholesterol wordt de cholesterolratio genoemd. U berekent deze ratio door het totale cholesterolgehalte (LDL + HDL) te delen door het HDL-gehalte. Idealiter ligt de cholesterolratio onder de 5. De lever houdt het cholesterolgehalte in het bloed normaal gesproken in balans. Roken, weinig beweging en een voedingspatroon rijk aan verzadigde vetten kunnen dit evenwicht verstoren.
Bij een verhoogd cholesterolgehalte is het verstandig om minder zout, verzadigde vetten, transvetten en geraffineerde koolhydraten te eten. Beperk alcohol tot maximaal één glas per dag en kies liever voor magere zuivelproducten dan voor volle varianten. Houd er rekening mee dat drop en zoethoutthee de bloeddruk kunnen verhogen. Geraffineerde koolhydraten zijn koolhydraten waaruit waardevolle voedingsstoffen, zoals vezels, vitaminen en mineralen, grotendeels zijn verwijderd. Kies daarnaast vaker voor producten met omega 3-vetzuren en eet ruim voldoende groente en fruit.
Zout
Zout is de belangrijkste bron van natrium in onze voeding. Natrium speelt een essentiële rol bij het reguleren van de vochtbalans en bloeddruk. Ook is het belangrijk voor de goede werking van spieren en zenuwen.
We krijgen zout vooral binnen via brood, vleeswaren en kaas. Kant-en-klaarmaaltijden, pizza’s, soepen, sauzen en hartige snacks bevatten vaak extra veel zout.
Ongeveer 80% van de Nederlanders krijgt meer zout binnen dan de aanbevolen maximale hoeveelheid van 6 gram per dag. Volwassenen consumeren gemiddeld 8 gram zout per dag of meer, terwijl een inname van circa 3,5 gram per dag wenselijk is.
Een te hoge zoutinname kan de bloeddruk verhogen. Een hoge bloeddruk vergroot het risico op een hartaanval of beroerte en kan daarnaast nierschade veroorzaken. De nieren moeten al het zout dat je eet verwerken en ervoor zorgen dat overtollig natrium via de urine wordt afgevoerd. Daarbij filteren kleine filters in de nieren afvalstoffen uit het bloed, die vervolgens worden uitgescheiden.
Zoutvervangers, zoals halva zout, magnesiumzout, kaliumzout en mineraalzout, kunnen daarom een verstandige keuze zijn.
Gevolgen slechte voeding
Ongezonde voeding kan op korte termijn klachten veroorzaken, zoals vermoeidheid, weinig energie, concentratieproblemen en moeite met helder denken. Ook kunnen stemmingswisselingen, een opgejaagd gevoel, prikkelbaarheid en een kort lontje optreden. Op de lange termijn vergroot een ongezond voedingspatroon het risico op onder andere hoge bloeddruk, overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker.
De bloeddruk ontstaat doordat de hartspier zich afwisselend samentrekt en ontspant. Wanneer het hart samentrekt, is de druk in de bloedvaten het hoogst. Dit noemen we de bovendruk. Wanneer het hart ontspant, is de druk het laagst: de onderdruk. Een normale bloeddruk is lager dan 120/80 mmHg, waarbij 120 de bovendruk en 80 de onderdruk aangeeft. Een bloeddruk tussen 120/80 en 139/89 mmHg wordt beschouwd als verhoogd. Van hoge bloeddruk is sprake wanneer de waarde bij herhaalde metingen hoger is dan 140/90 mmHg. Bij mensen ouder dan 60 jaar wordt vaak een grenswaarde van 160/90 mmHg gehanteerd. Een sterk verhoogde bloeddruk kan klachten veroorzaken, zoals hoofdpijn, duizeligheid en neusbloedingen.
Een veelvoorkomende aandoening is een herseninfarct. Hierbij raakt een bloedvat in de hersenen verstopt, bijvoorbeeld door een bloedpropje, slagaderverkalking of een combinatie van beide. Als een bloedvat in de hersenen lekt of scheurt, spreken we van een hersenbloeding. Een ongezond voedingspatroon en een ongezonde leefstijl vergroten de kans op deze aandoeningen. Belangrijke risicofactoren zijn hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte, diabetes, overgewicht, hartritmestoornissen, onvoldoende beweging en roken. Hoge bloeddruk komt vaker voor bij mensen ouder dan veertig jaar, mensen met overgewicht of obesitas, rokers, mensen die veel alcohol drinken en mensen die langdurig stress ervaren.
Ook een hartinfarct komt veel voor. Dit ontstaat meestal door een verstopping in de kransslagaders: de bloedvaten die de hartspier van zuurstof voorzien. Zo'n verstopping ontstaat wanneer stoffen zoals cholesterol, vetdeeltjes en ontstekingscellen zich ophopen in de vaatwand. Dit proces heet slagaderverkalking. Hierdoor wordt het bloedvat steeds nauwer, waardoor de bloedtoevoer naar het hart uiteindelijk kan worden geblokkeerd. De risicofactoren voor een hartinfarct zijn grotendeels dezelfde als die voor een herseninfarct.
------------------------------
<< NAAR HOME
------------------------------
------------------------------
VOLGENDE >>
------------------------------