De stofwisseling
Met de stofwisseling, ook wel het metabolisme genoemd, worden alle processen bedoeld waarbij voedingsstoffen de cellen binnendringen, worden omgezet en uiteindelijk het lichaam weer verlaten. Het omvat dus alle chemische processen die in de cellen van organismen plaatsvinden.
De stofwisseling is iets anders dan de spijsvertering. Waar de stofwisseling 24 uur per dag in elke cel van je lichaam plaatsvindt, speelt de spijsvertering zich uitsluitend af in het spijsverteringskanaal.
De stofwisseling is het proces waarbij het lichaam voedingsstoffen omzet in energie en warmte. Deze energie is nodig om goed te kunnen functioneren. Wanneer we actief zijn, bijvoorbeeld tijdens werk of sport, draait de stofwisseling op volle toeren.
De grondstofwisseling is de minimale hoeveelheid energie die het lichaam in rust nodig heeft. Ook wanneer we rusten, blijft de stofwisseling actief. Het hart blijft pompen, we blijven ademen, de hersenen blijven functioneren en de lichaamstemperatuur blijft rond de 37 graden. Daarnaast bouwt het lichaam cellen op, breekt het afvalstoffen af en voert het tal van andere essentiële processen uit.
Enzymen
Tijdens de verbranding zijn hulpstoffen nodig om het proces goed te laten verlopen. Deze hulpstoffen noemen we enzymen. Enzymen zijn katalysatoren: stoffen die chemische reacties versnellen zonder zelf blijvend te veranderen. Na afloop van de reactie is het enzym dus nog steeds hetzelfde.
Enzymen kunnen bijvoorbeeld helpen om bepaalde stoffen een cel binnen te laten gaan. In ons lichaam komen veel verschillende enzymen voor, elk met een eigen specifieke taak. Enzymen bestaan uit een eiwit en een actieve stof, zoals een vitamine. Het lichaam maakt zelf enzymen aan, maar ze komen ook in de natuur voor.
Een voorbeeld hiervan is een onrijpe appel die vanzelf rijpt wanneer je hem enige tijd laat liggen. Ook dit rijpingsproces is het werk van enzymen.
Stofwisseling van koolhydraten
Koolhydraten zijn de belangrijkste energiebron van het lichaam. Tijdens de spijsvertering worden ze afgebroken tot suikermoleculen en omgezet in glucose.
Bij de verwerking van glucose spelen twee hormonen een belangrijke rol: insuline en adrenaline. Stijgt de bloedsuikerspiegel – oftewel: komt er meer glucose in het bloed – dan produceert de alvleesklier insuline. Dit hormoon helpt glucose de lichaamscellen binnen te dringen, waar het als energiebron wordt gebruikt. Insuline stimuleert bovendien de opslag van overtollige glucose als glycogeen.
Stofwisseling van vet
De vetten die we via onze voeding binnenkrijgen, worden tijdens de spijsvertering afgebroken tot vetzuren. Later worden deze vetzuren weer samengevoegd tot vetten, voorzien van een eiwitmantel en afgegeven aan het bloed.
Via de bloedbaan worden vetten onder meer vervoerd naar de lever, spieren en het vetweefsel, waar ze worden opgenomen. Het lichaam kan vetten direct gebruiken als brandstof of opslaan als reserve, wanneer we meer vet binnenkrijgen dan we nodig hebben.
Vetten worden vooral afgebroken wanneer er onvoldoende koolhydraten in de vorm van glucose beschikbaar zijn als brandstof. Hier komen we later op terug. Dit principe vormt ook de basis van koolhydraatarme diëten.
De stofwisseling van eiwit
Eiwitten uit onze voeding kunnen niet direct door het lichaam worden gebruikt. De vertering begint in de maag, waar eiwitten worden afgebroken tot peptiden. Deze peptiden worden vervolgens verder afgebroken tot aminozuren. Het lichaam gebruikt deze aminozuren als bouwstenen voor lichaamseigen eiwitten.
Lichaamseigen eiwitten zijn belangrijk voor de opbouw, het herstel en de afbraak van lichaamscellen. Zijn de aminozuren niet nodig voor deze processen? Dan kan het lichaam ze gebruiken als energiebron. Hoewel koolhydraten doorgaans de voorkeur hebben als brandstof, kunnen eiwitten energie leveren wanneer er onvoldoende koolhydraten en vetten beschikbaar zijn.
Snelle of langzame stofwisseling
Er is verschil tussen mensen met een snelle en een langzame stofwisseling. Bij een snelle stofwisseling zet het lichaam voedingsstoffen sneller om in energie, terwijl dit proces bij een langzame stofwisseling geleidelijker verloopt.
Mensen met een snelle stofwisseling hebben het vaak warmer, omdat bij de verbranding energie in de vorm van warmte vrijkomt. Ook hebben zij vaak een regelmatige stoelgang en blijven zij over het algemeen gemakkelijker op gewicht. Mensen met een langzame stofwisseling hebben het daarentegen vaker koud, doordat de verbranding trager verloopt. Daarnaast kunnen zij een onregelmatige stoelgang ervaren en sneller aankomen.
Dit betekent overigens niet dat mensen met overgewicht per definitie een langzame stofwisseling hebben. Een actieve leefstijl, met voldoende beweging en sport, kan een gezonde stofwisseling ondersteunen. Daarnaast zijn er supplementen verkrijgbaar die het metabolisme kunnen helpen ondersteunen.
Een gezonde stofwisseling ondersteunt je lichaam bij het behouden van een gezond gewicht en energieniveau. Wil je je stofwisseling ondersteunen? Met deze tips zet je een goede stap:
- Beweeg voldoende. Regelmatig bewegen is essentieel voor een gezonde stofwisseling.
- Sport regelmatig. Na het sporten heeft je lichaam extra energie nodig voor herstel, waardoor je stofwisseling tijdelijk hoger ligt.
- Train met gewichten. Spiermassa kost energie om te onderhouden, op te bouwen en te herstellen.
- Drink voldoende water. Voldoende water helpt je lichaam afvalstoffen af te voeren en goed te functioneren.
- Eet voldoende eiwitten. Je lichaam verbruikt meer energie bij het verteren van eiwitten dan bij het verteren van koolhydraten.
- Drink groene thee. Groene thee kan de vetverbranding ondersteunen.
- Slaap voldoende. Een goede nachtrust is belangrijk voor herstel, spiergroei en een gezonde stofwisseling.
- Voeg pittige pepers toe aan je voeding. Hete pepers kunnen je stofwisseling tijdelijk stimuleren.
- Overweeg metabolismsupplementen. Gebruik supplementen uitsluitend als aanvulling op een gezond voedings- en beweegpatroon.
Vrije radicalen
In je lichaam vindt tijdens de stofwisseling voortdurend oxidatie plaats. Daarbij ontstaan zogenoemde vrije radicalen: agressieve stoffen die lichaamscellen kunnen beschadigen. Antioxidanten helpen deze vrije radicalen op te vangen en beschermen zo je cellen.
Vanwege deze beschermende eigenschappen gebruiken fabrikanten antioxidanten ook als hulpstof bij de productie van voedingsmiddelen. Je vindt ze vaak terug op de ingrediëntenlijst, meestal aangeduid met een E-nummer. Groente en fruit bevatten van nature veel antioxidanten en dragen daarmee bij aan een gezonde voeding.
------------------------------
<< NAAR HOME
------------------------------
------------------------------
VOLGENDE >>
------------------------------